De ruimtevoeler binnen in huis en buitenvoeler meten elk hun temperatuur. Deze meetwaarden worden naar de regeling gebracht, welke de nodige watertemperatuur berekend. De uitgang van de regeling geeft een signaal naar de ketel, die je juiste watertemperatuur aanmaakt. De watertemperatuur in de radiatoren, convectoren, vloerverwarming, … varieert dus in functie van de buitentemperatuur. Het voordeel hiervan is dat je energie bespaart, zonder aan comfort in te boeten! Je monteert de buitenvoeler best aan de noordkant van je woning. Om de buitentemperatuur optimaal te registreren, moet de buitenvoeler bij gebouwen tot 3 verdiepingen bovendien op ongeveer 2/3 van de hoogte van de gevel aangebracht worden. Bij hogere gebouwen brengt u hem het best aan tussen de 2e en 3e verdieping. Al naargelang de toegankelijkheid van de montageplaats, kan u kiezen tussen een muuropbouw- of een muurinbouwuitvoering. Hoe kouder het buiten is, hoe hoger de cv-watertemperatuur wordt. Wordt het buiten warmer, dan daalt de cv-watertemperatuur. De relatie tussen 48 buitentemperatuur en cv-watertemperatuur is dus lineair, of kan m.a.w. in een lijn uitgedrukt worden, de zogenaamde stooklijn. Deze stooklijn moet u correct inregelen bij iedere installatie. De stooklijn stelt u zelf in bij de installatie, op basis van de wensen van de gebruikers, de grootte en isolatiegraad van het gebouw en de warmtebronnen. Is de stooklijn goed gekozen, dan zal het bij elke buitentemperatuur binnen even warm worden. U kan uiteraard ‘s nachts wel een verschillende binnentemperatuur vragen dan overdag. Dit doet u door verschillende ‘schakelpunten’ of ‘setpoints’ in te stellen op de klokthermostaat. Om bijvoorbeeld een extra schakelpunt in te voegen, voert u de gewenste dag, tijd en temperatuur in. Verder kan u de instellingen ook aanpassen aan speciale omstandigheden, zoals wisselende temperaturen in het tussenseizoen of verschillen in bezonning of thermische eigenschappen tussen onderdelen van het gebouw (noordkant, zuidkant, overheersende windrichting …). Om dit te verduidelijken kan je dit volgen op het centrale verwarming schema. De buitenvoeler en de thermostaat moeten met twee kabels worden verbonden met de aansluiting aan de verwarmingsketel. Het type kabel speelt nagenoeg geen rol. Als je natuurlijke ventilatie met mechanische ventilatie vergelijkt, is het niet duidelijk welk systeem voor het meeste energieverlies zorgt. Natuurlijke ventilatie is een open systeem (het verbindt immers het buiten- en binnenklimaat), waardoor er energieverliezen kunnen optreden. Een gesloten systeem, zoals balansventilatie, functioneert dankzij zuinige maar toch energieverbruikende technologie. Naast het hoger energieverbruik is er ook de hogere kostprijs van ventilatiepakket met al zijn aansluitingen. Om het energieverlies door mechanische ventilatie te beperken kunnen er een aantal maatregelen genomen worden: • Keuze van luchtkanalen (zie onder Kwaliteitseisen en tips) • Warmteterugwinning (zie onder balansventilatie) • Vraaggestuurde ventilatie (zie onder balansventilatie) Een onderbouwde keuze op basis van energie-efficiëntie kunnen we niet aanbieden. Principieel zou je het accent kunnen leggen op passieve technologie die geen extra energie nodig heeft. Wordt de energie, die gebruikt wordt voor een gesloten systeem, uit groene elektriciteit (windmolen, fotovoltaïsche cellen, …) gehaald, dan zit je natuurlijk met een ander verhaal. Het kan voorvallen dat bij renovatie het niet mogelijk is de afvoer van lucht op natuurlijke wijze te laten verlopen via verticale schouwen of ventilatiekanalen. In dat geval kies je voor een mechanische afvoer van de ventilatielucht in combinatie met natuurlijke aanvoer of systeem C.